Eindelijk een echte opleiding
08 december 2010
De verandering bij woningcorporaties
Woningcorporaties maken volgens opleidingscoördinator Aletta Schimmel een omslag door. Waren zij voorheen vooral beheerders van vastgoed, tegenwoordig vullen zij hun opdracht klantgericht in. Deels uit eigenbelang, want de verhuurbaarheid hangt van méér af dan de behuizing zelf. Daarom hebben ze meer aandacht voor lage inkomensgroepen en mensen met beperkingen. Adri van Grinsven, directeur van corporatie Standvast Wonen: ´We willen goede huisvesting bieden en hebben belang bij een prettige samenleving. We kijken nu meer naar de waardecreatie voor de hele buurt.´ Maar het imago van de corporaties van ´stenenstapelaar´ is hardnekkig, zo meldt Schimmel. KR8 schakelt daarom mensen in die veel kennis hebben over wijken en bewoners: de woonconsulenten. Tot nog toe kwamen die pas in beeld als het vastgoed geregeld was. Tegenwoordig spelen ze van meet af aan mee in projecten. Sterker nog, als het aan Schimmel en de - inmiddels tien - woningcorporaties ligt, worden ze de initiërende partij.
Opgeschaald
Voor het vak van woonconsulent bestond nog geen opleiding. Consulenten komen uit heel verschillende disciplines en ieder vult zijn professie dienovereenkomstig in. Schimmel: ´We hebben bij de HAN anderhalf jaar gebouwd aan het profiel en de corporaties van KR8 gevraagd of dit was wat ze wilden. De consulenten beschouwden zich eerst als een sociaal dienstverlener. Wel klantgericht, maar niet ondernemend of innovatief. Na positieve feedback bouwen we nu aan drie rollen voor deze ´sociaal architecten´, te weten die van sociaal ondernemer, innovator en dienstverlener.´ Het is niet de bedoeling dat een woonconsulent een verkapte sociaal hulpverlener wordt. In de post-hboleergang kijken studenten met wat afstand naar hun werk. Ze beoordelen wat hun maatschappelijk rendement is, evenals hun waarde voor de eigen organisatie. Dan wordt duidelijk dat het werk projectmatiger moet worden en een analytische instelling vereist. Voorbeeld. De inzet van een schoonmaakploeg in een wijk kan averechts werken. ´Goed voorbeeld doet goed volgen´, is de filosofie. ´Maar gevolg is vaak dat mensen nog meer achterover leunen. ´Jij doet dat toch? En pas op als je ermee durft te kappen!´ Dan krijg je het nog voor je kiezen ook. Je moet dus vooraf onderzoeken hoe je mensen voor hun eigen omgeving activeert, en toch tegelijk het opbouwwerk niet overneemt. Zo krijgt de woonconsulent een heel andere, opgeschaalde functie.´
Cohesie
Woonconsulenten voeren tijdens de leergang projecten uit, zoals het ´duurzaamheidproject´. ´Passend in hun takenpakket en meteen van waarde voor de corporatie. Welke afwegingen spelen daarbij mee? De ombouw naar energiezuinige woningen is kostbaar; de corporatie kan die last niet volledig zelf dragen, dus er zal een bijdrage van de bewoners moeten komen. Welke vorm moet die aannemen en hoe maak je de geesten daarvoor rijp?´ Schimmel geeft nog een ander voorbeeld: ´Renovatie gaat altijd gepaard met veel gedoe. Hekken in de wijk, kabaal en zooi. Mensen ´nemen de wijk´ naar andere buurten of een andere stad. Hoe behoud je toch de sociale cohesie? Inventariseer daarvoor allereerst wie wil blijven en wie verhuizen. Houd vervolgens acties met de blijvers. Mensen zien zo het effect van hun betrokkenheid en houden het gevoel van controle over de eigen omgeving.´
Frisse kijk
Directeur Van Grinsven stelt de opleiding voor zijn mensen verplicht. ´De problematiek in achterstandswijken wordt complexer; de oplossingen zijn divers en meestal multidisciplinair. De opleiding stelt woonconsulenten in staat om in dat spanningsveld een regierol te vervullen en de juiste interventies te plegen. De eerste consulenten hebben de studie afgerond. Opvallend is dat ze een frisse kijk brengen en bredere verbanden zien; niet alleen het belang van de klant of de corporatie, maar ook van de wijk of de buurt.´
Niet apart
Schimmel vindt het vooral sterk dat de corporaties niet meer ´apart denken´. KR8-corporaties willen gezamenlijk de uitdagingen in de volkshuisvesting in de Stadsregio Arnhem Nijmegen oppakken en hebben daarvoor een lijst met actiepunten opgesteld. Zo moeten er in 2010 tienduizend nieuwe woningen komen, waarvan zesduizend in de ´betaalbare sector´. Renovatie staat hoog op het prioriteitenlijstje. Door niet louter te beslissen op lokale overwegingen voorkomen ze dat ze op regionaal niveau in de problemen komen. Schimmel: ´Je kunt wel besluiten om in wijk X alle problemen op te lossen met lik-op-stuk-beleid. Maar grote kans dat het probleem zich dan gaat verplaatsen naar wijk Y. Corporaties beseffen dat de doelstelling per wijk moet passen bij de doelstellingen van meerdere organisaties, dat is al de eerste slag in de leergang.´
Bron
HANblad nr 16, The Future of Cities

Aantal reacties: 0