Een kijkje in de ToeCOMst

04 juli 2014
Saskia Houben en Pim Kraaikamp

De opleiding communicatie (FEM, IB&C) heeft onlangs haar vierde studiejaar (semester 1- G-cluster) volledig vernieuwd. Dit heeft geresulteerd in een innovatief concept waarin studenten, docenten en het werkveld  met elkaar samenwerken. Zij vormen een leergemeenschap die zowel online als offline vorm krijgt.  Nieuwe manieren van communiceren en verbinden komen uitdrukkelijk terug in het onderwijsconcept. Kortom: practice what you preach!  Op 3 juli gaven Saskia Houben en Pim Kraaikamp, docenten bij de opleiding, in hun eigen lokaal aan de Laan van Scheut in Nijmegen een kijkje in hun toeCOMst.

Het onderwijs is op een aantal punten anders dan men gewend is binnen de HAN. Het G-cluster heeft namelijk gebroken met de gebruikelijke opzet van 8 wekelijkse periodes die worden afgerond met toetsing. Ook is de roostering anders; men beschikt over eigen vaste ruimtes. Tot slot maakt men geen gebruik van HAN applicaties zoals HAN-Scholar of HAN-DPF, maar werkt met een eigen, in cocreatie met studenten, gebouwd platform www.toecomst.nl (extern publicatieplatform) en Follio (intern portfolio deel).

Hoe ziet het onderwijs eruit?

In het onderwijs werkt men met kort cyclische trajecten waarin studenten per week opdrachten, bij voorkeur afkomstig uit de werkpraktijk, uitwerken tot een concreet product. Het onderwijs is modulair opgezet; per week gaan de studenten aan de slag met een nieuwe module (vak) en gaan op basis van 1 (praktijk)opdracht volledig de diepte in. Het aanbod van de modules/vakken wordt bepaald door de opleiding en behandelt aspecten van het communicatiedomein. Een deel van de modules moeten de studenten verplicht (en soms op hetzelfde moment) volgen; een ander deel van de modules is vrije keuze. Een bepaalde module kan in verschillende weken worden aangeboden, zodat de student kan kiezen op welk moment hij/zij met de module aan de slag gaat.

In veel gevallen zijn de opdrachten die zijn gekoppeld aan een module direct afkomstig uit de werkpraktijk en heeft de werkpraktijk een rol binnen het onderwijs en de beoordeling van het eindproduct. Op een dergelijke manier werken, biedt studenten uitdaging en kans om zich te profileren en dat motiveert! Studenten waarderen de keuzevrijheid. Het werkveld heeft er ook direct profijt van (concreet resultaat) en komt in contact met talentvolle studenten. Docenten profiteren weer van de contacten met het werkveld.

To the point

Deze vorm van onderwijs betekent voor docenten dat ze voor een module/vak echt to the point moeten komen en studenten niet kunnen belasten met redundante informatie. Dat vraagt om TedX-achtige colleges. Men maakt ook veelvuldig gebruik van goed videomateriaal dat beschikbaar is op internet. Ook komt de docent door deze manier van onderwijs meer in de rol van begeleider/tutor terecht. Naast een zogenoemd 'topcollege' op de maandag, worden de rest van de dagen gevuld met begeleiding en interactieve feedbacksessies gekoppeld aan het uitwerken van de opdrachten. Dat gebeurt in de vaste lokalen, die zo zijn ingericht dat studenten er graag willen zijn en samen willen werken (offline community). Aan het eind van de week leveren de student hun product in en wordt dit beoordeeld door docenten samen de opdrachtgever. Producten zijn zo veel mogelijk individuele producten.

Voor het maken en inleveren van producten werkt men met het online platform Follio; dit is een interactief portfoliosysteem dat door een aantal studenten is gebouwd in cocreatie met de opleiding. Follio is de interne, afgeschermde schil, maar goede producten kunnen door de student (of opleiding) ook naar buiten worden gepubliceerd op www.toecomst.nl Op deze wijze kunnen studenten zich met hun portfolio profileren. Docenten kunnen dat ook. Beide onderdelen vormen samen het online deel van de leergemeenschap. Pim en Saskia gaven aan dat het online platform ook de uitwisseling en het contact tussen docenten in Nijmegen en Arnhem heeft bevorderd!

Wat is nodig om dit te kunnen doen?

Volgens Saskia en Pim vereist het vooral lef. Je moet brutaal zijn en gewoon op mensen afstappen in de organisatie. In korte tijd hebben Pim en Saskia de HAN organisatie goed leren kennen. Voor de ontwikkeling van het concept is het goed luisteren naar de wensen van de stakeholders, zoals studenten, werkpraktijk en docenten enorm belangrijk. Die wensen vormden de basis voor het uiteindelijke concept. De meest cruciale randvoorwaarde is echter dat het docententeam achter deze vorm van onderwijs staat. Je moet 90% van het team meehebben, aldus Pim, anders heeft het geen zin om er aan te beginnen.

Het nieuwe onderwijs in het G-cluster heeft het eerste semester van dit studiejaar gedraaid als pilot. Bij die pilot waren 23 studenten betrokken. Gezien de goede resultaten, gaat men dit uitbreiden. Volgend studiejaar zullen zo’n 90 studenten aan het onderwijs deelnemen.

Bijzonder aan dit voorbeeld is de wijze waarop men invulling heeft gegeven aan de professionele leergemeenschap en de wijze waarop  dit initiatief  'kwaliteitscultuur' ademt. Men is met elkaar gestart vanuit een heldere ambitie en visie en is er in geslaagd die ambitie succesvol te verwezenlijken binnen de (on)mogelijkheden van de HAN organisatie. Het onderwijs gebeurt in cocreatie en zet de studenten, docenten en het werkveld in hun kracht. Kortom: terecht een goed en inspirerend voorbeeld!

Meer informatie

Voor meer informatie zie de presentatie van de etalagebijeenkomst en het visiedocument achter het onderwijsconcept.

Door Niels Maes 


Aantal reacties: 0