Een hbo-master verrijkt de praktijk: een profielschets van de HAN Masterprogramma's

12 december 2011
Gertjan Schuiling

Wat is een hbo-master? Hoe onderscheidt een hbo-master zich van een wo-master? En hoe zit het eigenlijk met de HAN Masterprogramma's in vergelijking met andere hbo-masters? Deze vragen vormen de grondslag van een uitgebreid onderzoek dat onlangs werd gehouden. Gertjan Schuiling, oud-lector en consultant van Thierry en Schuiling voerde het onderzoek uit in opdracht van de directie van HAN Masterprogramma's (HMP). Dit artikel is een weerslag van de onderzoeksresultaten.

De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen biedt sinds 2002 masteropleidingen aan. Sinds 2011 zijn die masteropleidingen ondergebracht bij HMP (HAN Masterprogramma's). De reden hiervoor is de behoefte aan een gezamenlijke positionering en efficiëntie in de bedrijfsvoering en organisatie. Tjeu Verhagen, directeur van HMP zag vooral de noodzaak van een heldere identiteit van de HAN Masterprogramma´s in de markt: "We merkten dat maar weinig mensen wisten van het bestaan van hbo-masters. Zelfs binnen ons eigen instituut leefden vragen over deze opleidingen: 'Wat is het verschil met een universitaire master? Wat voegen deze opleidingen toe?' Daarnaast zagen we dat het voor een heldere positionering nodig was om eens goed te kijken naar wat onze masters precies onderscheidt van masters bij andere instellingen. Met dit onderzoek leggen we daarvoor een goede basis. Met de resultaten van dit onderzoek kunnen we onze masterprogramma's op een nog hoger niveau brengen en steviger in de markt zetten."

Een master is een master

Een hbo-master en een wo-master leiden op tot hetzelfde conceptuele niveau. De Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) is de instantie die bepaalt of een opleiding daadwerkelijk studenten met een masterniveau aflevert. Karl Dittrich is voorzitter van de NVAO en legt uit wat een hbo-master een echte master maakt: "De hbo-master heeft een sterke onderzoekscomponent: de deelnemer is nieuwsgierig, bezig met de ontwikkeling van zijn of haar vakgebied, zoekt steun bij wetenschappelijk onderzoek en wil leren methodisch juist te handelen. De hbo-master leidt niet op tot onderzoeker, wel voor onderzoek als stap in het professioneel handelen."

Het niveau van expert

Om een hbo-master te doen, is als vooropleiding een hbo-bachelor of wo-bachelor nodig. De deelnemer is vervolgens door werkervaring op een complexer niveau van de  beroepsuitoefening  gekomen en ontdekt dat je theoretische en onderzoeksmatige onderbouwing nodig hebt om dat goed te vatten en beter handelend te kunnen optreden. Met een hbo-master ben je gekwalificeerd voor meer complexe werkzaamheden in de beroepspraktijk. Het rapport van Schuiling definieert het resultaat van een hbo-masteropleiding als volgt: "Een competente professional kan met een hbo-masteropleiding op het niveau van expert uitkomen. Het gaat dan om een verdieping en een verbreding van het professioneel handelen. De hbo-master ontwikkelt een leidende rol en een extern netwerk, heeft meer invloed in de eigen organisatie en voert innovatie door in zijn eigen beroepspraktijk."

Universitaire master bij gebrek aan alternatief

De commissie Veerman heeft zich in 2010 gebogen over de toekomst van het hoger onderwijs. Daarin is een duidelijke rol weggelegd voor de hbo-master. De commissie wijst erop dat het hbo aantrekkelijker wordt met een groter aanbod aan masters: "Jonge mensen worden nu bij gebrek aan alternatief gedwongen te kiezen voor een universitaire master die vaak minder goed aansluit bij de eigen leerstijl en/of minder beantwoordt aan de maatschappelijke behoefte."

Claim waar je sterk in bent

Het rapport van Veerman geeft duidelijk aan dat verdere groei van hbo-masters gewenst is. Vervolgens heeft het kabinet voorwaarden geformuleerd waaraan een hbo-master moet voldoen: De behoefte op de arbeidsmarkt aan hbo-masters moet het primaire argument zijn. En een verbinding met praktijkgericht onderzoek is noodzakelijk. De hbo-master moet bovendien gekoppeld zijn aan zwaartepunten in onderwijs en onderzoek die passen in het profiel van de hogeschool. In de Science Guide van 31 mei 2011 zegt Ron Bormans, voorzitter CvB van de HAN, daarover: "Profilering is iets wat je in je hebt. Het accent op 'automotive' bij de techniekopleidingen van de HAN is een voorbeeld. Dat verzinnen we niet nu vanwege Veerman, dat hadden we al in ons. Daarom gaan we ook niet acteren op allerlei punten van de negen topgebieden van EL&I die we niet in huis hebben of kunnen ontwikkelen. Profilering houdt in de kern in: claim waar je sterk in bent, gun anderen waar dat bij hen even sterk is."

Hbo-master bewandelt andere weg dan wo-master

Wat de hbo-master van de wo-master onderscheidt is dat zij een vervolgkwalificatie is na enige jaren werkervaring. Schuiling: "De student brengt in de interactie met docent en medestudenten zijn eigen kennis en ervaring in. Hierdoor is de weg naar een hbo-master vanzelf anders dan die naar een wo-master. De meesten werken al enige jaren en besluiten dan de masteropleiding te gaan volgen. Dan doe je er langer over om een mastertitel te behalen dan een wo´er, maar je verdient al wel eerder een inkomen. Een hbo´er heeft doorgaans dus 2 jaar langer nodig om hetzelfde conceptuele niveau te halen, maar heeft veel meer praktijkervaring."

Gericht op vernieuwing van de beroepspraktijk

Een ander verschil is dat een wo-master onderzoek doet op basis van een theoretische vraag en zo nieuwe wetenschappelijke kennis genereert. Terwijl de hbo-master juist bijdraagt aan vernieuwing van de beroepspraktijk. Zijn onderzoek is altijd gebaseerd op een praktijkvraag. Zoals het hbo-onderwijs volledig is ingebed in de beroepspraktijk, zo is de hbo-master volledig gericht op de verbetering van die praktijk. In het masterprogramma wordt kennis en praktijk gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek. Het rapport definieert de waarde die de master toevoegt aan zijn beroepspraktijk als volgt: "Hij heeft door middel van onderzoek een nieuw product, dienst of inzicht ontwikkeld voor een bedrijf of instelling. Hij kan de complexiteit van een opdracht doorgronden, bewandelt creatief nieuwe wegen, kan bewust afwijken van wat gangbaar is in het betreffende bedrijf of instelling, onderzoekt alternatieve oplossingen, maakt de afweging tussen alternatieven en reflecteert na afloop op goede wijze."

Gelijke zielen

Veel professionals blijken bij navraag vaak huiverig om aan een opleiding te beginnen. Want wie kom je er tegen? Volgens het rapport is een hbo-masterstudent een professional die eigen kennis en ervaring inbrengt tijdens de opleiding. De meeste studenten zijn tussen de 35-45, met een grote spreiding. De ene masteropleiding is passend na ruime ervaring in de eerste functie, een andere master pas na 2 of 3 functies of werkgevers. Gertjan Schuiling: "Iedereen is gericht op verbetering van de beroepspraktijk en de uitwisseling van kennis en ervaring tijdens de opleiding is daardoor erg groot. Iedereen gaat duidelijk voor hetzelfde doel: vooruitgang in de dagelijkse praktijk van de voltallige beroepsgroep. Iedereen met liefde voor het vak draagt daar graag aan bij."

Typisch HAN

In het onderzoek is ook speciaal gefocust op de HAN-masterprogramma´s in vergelijking met masterprogramma´s van andere hogescholen. Daar kwam de HAN heel positief uit. Het onderzoekt definieert het profiel van de HAN Masterprogramma´s aan de hand van vijf merkeigenschappen:

  1. Actueel en inhoudelijk van hoog niveau
    De HAN-masterprogramma's bieden actuele kennis van hoog niveau. De programma's volgen niet alleen de beroepspraktijk, maar stuwen deze ook voort. Deelnemers verwerven kennis en vaardigheden die up-to-date zijn, in de praktijk vaak nog geen gemeengoed zijn en daar tot vernieuwing bij kunnen dragen. Dat past bij de HAN die met open vizier de uitdagingen van onze tijd aangaat en fakkeldrager van vernieuwing is.
  2. Persoonlijke aandacht
    De HAN-masteropleidingen zijn kleine opleidingen met grote betrokkenheid bij het werken, leren en leven van de studenten. Mastercoördinatoren kennen de studenten, laten hen bewust tegen eigen grenzen aanlopen om het leerproces te versnellen en helpen hen waar nodig om deficiënties weg te werken. Ook is er aandacht voor persoonlijke omstandigheden van studenten. Lectoren stellen hun netwerk beschikbaar om studenten aan goede stages te helpen bij gerenommeerde bedrijven. Docenten zoeken de interactie met de deelnemers die zij aanspreken als professional. 
  3. Gericht op vraag in arbeidsmarkt en beroepspraktijk
    De HAN masteropleidingen voorzien in vragen van de arbeidsmarkt. Werkgevers die schaarse talenten willen werven en ontwikkelen zijn bij de HAN aan het goede adres. De mastercoördinatoren zijn vernieuwers die marktbehoeftes signaleren en vertalen naar opleidingen en vervolgens met de opleiding de doorontwikkeling van het beroep stimuleren. 
  4. Aantoonbaar rendement voor deelnemer
    De deelnemer krijgt door en vaak al tijdens de masteropleiding een nieuw loopbaanperspectief. Dat kan een functie met meer verantwoordelijkheid zijn in het eigen bedrijf of bij een andere werkgever. De employability neemt aantoonbaar toe. Dat geeft profijt in termen van een hoger salaris, persoonlijke groei, effectiever functioneren en meer voldoening in het werk. 
  5. Co-creatie
    De HAN-masters zijn een co-creatie tussen HAN, student, werkveld en universiteit of onderzoekscentrum (zie figuur 6). De mastercoördinatoren zijn de regisseur van die co-creatie. Zij benaderen de deelnemer als professional die met gezag zijn eigen ervaring kan inbrengen. De mastercoördinatoren hebben een sterke band met de beroepspraktijk en een persoonlijke missie tot vernieuwing van de beroepspraktijk. Zij adviseren het werkveld ook inzake de implementatie van de vernieuwing. Met de docenten – die de wereld van wetenschap én praktijk kennen – zorgen zij voor inhoudelijke integratie. In samenspraak met de lectoren koppelen zij de masterstudie aan de onderzoekszwaartepunten van de HAN. En zij werken samen met universiteiten en onderzoekscentra om te zorgen dat het kennisniveau van de masterstudie state-of-the-art is.

Mooie verbeterpunten

Tjeu Verhagen is zeer tevreden over de uitkomsten van het onderzoek en neemt de aanbevelingen ter harte: "We wilden een kritisch, onafhankelijk onderzoek zonder voorbehoud. Dat betekent dat er ook negatieve uitkomsten kunnen zijn. Daar stonden we voor open. En er zijn inderdaad zaken uit het onderzoek gekomen die aandacht verdienen: Er kan bijvoorbeeld verder gewerkt worden aan samenhang tussen de masteropleidingen. Bovendien moeten we werken aan PR en communicatie omdat onze masters eenvoudigweg te weinig bekend zijn bij potentiële studenten en werkgevers. En we zien mogelijkheden voor een ruimere instroom. Ook van wo-bachelors en wo-masters naar hbo-masters. Mooie verbeterpunten waar we de komende jaren aan gaan werken."


Aantal reacties: 0